In de poldergehuchten


    
                                    “What day is it?” asked Pooh.
                                        “It’s today,” squeaked Piglet.
                                        “Ah, my favorite day,” said Pooh.”


                                          A.A. Milne)



I

Elke dag is er de dag van vandaag. Ze weten
dat, en dat ik dit noteer. Hier heb ik jaren

vertoefd, als een Zeeuw tussen de Zeeuwen
om Hendrik Carette te parafraseren. Graag

bewoog ik mij er Hamelink indachtig traag
windwaarts en wortelher tussen de dijken.


II

Ik leerde er anders kijken, dat weinig woorden
lijken op water. En later dat in brieven van toen

oude toekomst wacht. Aan hun harde tongval
viel te wennen, aan het grimmige huichelen van

ouderlingen niet. Bongerds dragen geduldig jonge
appels. Die begrijpen het wel, glanzend en bol in hun vel.


III

Een boodschap naar de bliksem is ook hier
de lichtflits. Met ingetrokken halzen wacht

men zwijgend de donderslag af. Niet vaak nog
spreken ze over wraak, over de ongure goden

in wie ze liever niet geloven. De ronde doet het
verhaal. Dat. Ten westen van de meeuwen. Zo.


    Ballustrada, Terneuzen, november 2025

Iedereen is aanwezig


    
                                                        aan Alain Delmotte


Hij had beslist gelijk. Er zijn overal mensen
die menen dat alles ergens over gaat. Ze dragen

hoop met weinig littekens, en handpalmen vol
wuiven. Graag gaan ze nog jaren mee als het kan.

Ja, de voorzitter had gelijk toen hij de vergadering
opende met de opmerking “Iedereen is aanwezig”.


    TZUM, Groningen, november 2025


Verdwenen details


Alle ochtenden dat je niet wist waar te beginnen
aan wat totaal weg is, vergeten. Kwam de bakker

dagelijks aan de deur? Hoe heette dat meisje aan
de overkant ook weer, en dat verhaal waarvan je

toen zo droomde? Wie wist wat hij hoorde te doen
die eerste keer? Waar bleef de volgende scène?


    Fleurs du mal, Tilburg, augustus 2025

Achtergrondgeluk


Hij kan zich niet herinneren wanneer precies hij
voor het eerst hoorde dat je ook iets anders kon

geloven. Ongeveer toen die weder te keren
weemoed in in generfd leder gebonden albums

werd geplakt. Iemand vertelde hem toentertijd,
lang geleden, ook dat hij niet bang mocht zijn.


        Fleurs du mal, Tilburg, mei 2025

De Zwarte Kolk nabij


In een wolk van weemoed zweemt hier
soms de Zwarte Kolk nog na in geuren

waarin wie braaf langskomt oude mout
vermoedt, op hop vertrouwt en water

weet. Maak dan geen dorst aan, neus. Het
ruikt wel naar bier maar het is er niet heus.


            Kunstroute Kunst buiten Huis Bergh, ’s-Heerenberg, april-juni 2025

Selfie van Gabriele D'Annunzio


IJle dromen roepen om tijden die er niet meer
zijn. Geen mens hoort mij. Zuigend als zachte

lippen zijn de golven. Zo vaar ik stroomafwaarts,
zo zeil ik naar de zee. Misschien dat op een dag

mijn geest daar, ver weg van alle stormen, mag
wisselen van vleugels. Ik zocht alleen maar mezelf.


            Vertalersweelde – Gabriele D’Annunzio, Spleen, Amsterdam, maart 2025

In lichte toonwaarden


Kuier wijs door de tijd, met je compendium
vol raadselen. Sommige dingen kunnen niet

voluit gebeuren. Ze proberen slechts voor te
vallen. Onthoud het wezenlijke: dat bloemen

ontluiken in alle talen, dat trouw niet aarzelt.
En dat wat de wouden weten geheugen heet.


            TZUM, Groningen, februari 2025

Regen

 

   
                    Bij het gelijknamige schilderij uit 1917 van Hans Baluschek


Droomloze schaduwen doen mensen op ieder
twee mensen lijken. Ze menen dat ze pas bestaan

als ze praten maar onzichtbaar als hoorspelen is
hun taal, een cadans in balans met het zwijgen.

Ze willen vreemde woorden spreken die lichtjes
opstijgen, en daar met de vinger naar wijzen.


            Fleurs du mal, Tilburg, januari 2025

Arbeiterstadt

 

   
            Bij het gelijknamige schilderij uit 1920 van Hans Balusche
k

De wisselwachter van het verdriet gokt liever
niet, is beducht voor de ruigte der verbeelding

waarin geruisloos de onhandzame leegte van
vrede verkruimelt. Ineens is daar een wrede

schrik: de steekvlam van het besef dat hij zijn
moeder nimmer hardop heeft horen lachen.


            Fleurs du mal, Tilburg, december 2024

Großstadtstraße

 

   
                Bij het gelijknamige schilderij uit 1931 van Hans Baluschek


Ze weten niets van morgen, en bewegen als om
ongemerkt tussen decorstukken te verdwijnen.

Maar je ziet aan hen dat ze er aan gewend zijn
om te leven. De avond begint zachtjes te trillen.

Ze lachen alleen wanneer het hun beleefd wordt
gevraagd. Hun harten blijven daarbij incognito.


            Fleurs du mal, Tilburg, oktober 2024

Bahnhofshalle

                                                

                                     Bij het gelijknamige schilderij uit 1929 van Hans Baluschek


Ze meende dat ze bij elkaar hoorden maar in
het voorbijgaan vangt ze op hoe zij nog aan hem

vraagt van waar hij komt. “Een ’oekske”, zegt hij.
“Een donker ’oekske.” Zwijgend vreest hij dan

weer voor eeuwig de pantomime van krijgers
die alleen in tientallen rekenen, tellend doden.


        Verschenen op Fleurs du mal, Tilburg, 29 september 2024

Tij noch tijd


Een dikke muur van zand met gras erover.
Meer stelt een dijk niet voor als er geen
wispelturig water valt te weren. Dat weten
ze hier best, maar ook dat je moet willen

leren heersen over wat je in de hand niet
hebt zoals daar storm en vloed en springtij
zijn. Want schijn heeft deze streken ooit te
hard bedrogen. Van verleden valt geen

mededogen te verwachten. Het staat vast.
Maar de rivier blijft in beweging. Ziet, daar
vliedt zij. Vastberaden in haar element alsof
ze op een missie is. Tij noch tijd staat stil.


            De Nieuwe Vliedberg, Rilland, onthuld 7 november 2024

Stuurloos


 
                                        In memoriam amici Ron Scherpenisse (1970-2024)

Wij speelden samen graag dat we elkanders
kapitein en stuurman waren, onverschrokken

baren over. Nu ben je zomaar weg. De golven
liggen plots doodstil en daar dobber ik dan,

stuurloos. Houd koers waar je ook moge wezen
nu. Vaar wel, mijn lieve vriend. Vaarwel.


        Verschenen op Versindaba, Stellenbosch, juni 2024

De eenzaamheid van de maker

 

   
                                                    voor Jan Wessendorp


“Wees mijn gids, moed!” denkt hij elke ochtend
bij het opstaan. De dagtaak van leven is hem
immers nimmer vreemd geworden: de beelden
die maar op blijven doemen moet hij verwerken.

Daar valt weer een idee uit de volheid van nacht
op de offersteen van zijn verbeelding. Geen uitleg
is verschuldigd. Hij gaat er in zijn atelier, dat
lijf van grove stof dat bittere geuren van vroeger

negeert, in milde verbazing zonder intrige mee
aan de slag. Op weg naar de volmaakte weergave
die hij voor ogen heeft als het lokkende lichtje in het
woud, op weg ook naar de logica van weerzien.

Zijn altijd geduldig linnen loopt gespannen vol en
kijkt nu terug. Dat tegen slaap niet te vechten valt
weet hij al aan het begin daarvan. Hij programmeert
zich op ‘Niet dromen!’ en dommelt vol vertrouwen in.


        Verschenen in Lichtende grenzen, Liber amicorum voor Jan Wessendorp, BoZ, juni 2024

Tübinger ansicht

  

 
                                            Ihr guten Götter! arm ist, wer euch nicht kennt

Bestier het goede goden, laat zijn gedachten blij zijn
dat ze door hem worden gedacht, trots vrij te kunnen

zwieren naar onschuldig water dat hier Neckar heet.
Langs de stroom van gezegende voortijd wacht het

spraakloos glooiend woud. In vertakkingen weegt zijn
zwijgen zwaar als ongeduld. Soms vervult hem geluk.

Dan overvallen hem, voorlopig wanhopig, tranen. Als
het waait draaien geluidloos kraaiend de weerhanen.


        Vertalersweelde Friedrich Hölderlin, Uitgeverij Spleen, Amsterdam, mei 2024

Het eerste bier


Plaats van herinnering: het café van Van
Nijnatten, Steenbergsestraat 7 in Bergen

op Zoom. Zoom maar eens in op Google
Earth om te zien hoe mooi dat het daar lag

en onder andere naam nog immer ligt. Na
de mis zicht op het biljart, het partijtje is net

gestart. Opa is niet aan stoot, komt even naast
me zitten. Ik zie de stofjes van het krijt over

de pomerans vervliegen waardoor voor Het
Markiezenhof aan de overzijde even blauwe

wolkjes te dansen lijken. Hij doet wat suiker
in mijn glaasje en giet daar met een knipoog

een scheutje oud bruin overheen. Mag ik dat
echt? Mijn eerste bier. Het wonder voltrekt zich:

het zingt door mijn mond, terwijl uit de jukebox
in de hoek Cliff met The Young Ones klinkt. Nooit

dronken wil ik worden, nimmer jonger dan hier.


        Verschenen in Laaglandse Poëzie voor Ballustrada, Terneuzen, lente 2024

Alles werd heden


Alles werd heden.
Mensen hebben in vroeger
weinig te zoeken.


        Enghuizer Dialogen, Doetinchem, 2024

Hoe het kan gaan


Ik hoor een man zeggen hoe hij vernomen had
dat zijn moeder begraven gaat worden en dat

hij in een stoffig album wel foto’s van haar zou
gaan bekijken. Erheen? Neen. Want zij. Toen

hij. Te lang. En daarna. Zijn smoesjes buitelen
over elkaar heen als lottoballetjes in de trommel.


                Fleurs du mal, Tilburg, 8 januari 2024

Mij niet gezien


Als je de betovering verbreekt stort alles ineen
want tegen hartenwee valt niets te doen. En ‘Zo
is het wel genoeg’ zeggen heeft geen zin want het
komt overal. Die brede borst van onvermurwbaar

weerstaan maakt geen indruk op dat loodzware
verlangen, het zonneklaar vertrek, de wrede smart
die afwijzing in korte zonden kerft. Doe de deuren
maar van het slot. Er zijn er die niet willen dat het

eindigt. Maar alles eindigt. Tenzij je ertussenin blijft.
Dan vrezen de achterblijvers de dromen van zij die
hen verlieten niet langer. Maar geef jezelf nooit over.

Laat het zo ver niet komen. Zullen we kijken hoe het
afloopt? Wees maar beter niet je hele leven slaaf van
geheimen. Ze hebben van alles maar mij niet gezien.



                Verschenen in Vertalersweelde - Gaspara Stampa vertaald door
                Mereie  de Jonge, Uitgeverij Spleen, Amsterdam, oktober 2023

Boswachter, alert


Een hert verstijft op schrikafstand. Het eerste
graag gebladerte valt net zo onverwacht als

in de tijd dat ge nog schuchter jong waart. Toen
de berken werden geveld klonken nog koren in

verdunde streektaal door ademvrije struiken.
Nu zwerft dwalend in zijn janken weer de wolf.





                Verschenen in de catalogus bij de
                Enghuizer Dialogen XII, Hummelo, april 2023

Vergeten krijgsgeheimen


Stadspoorten blijven toe. Wachters weifelen
over aandrift van legendes, vergeten ballingen.

Waarom weten zij precies wanneer de kraaien
gaan vertrekken? Eer heeft geen leeftijd, weten

zij. Ongeduld is een glazen harnas. Laat het leger.
Gulzig vreest de rook het doven van het vuur.





                Fleurs du mal, Tilburg, maart 2023

Hendrik Boudewijn Carette nabij



Het geschiedde te Schaarbeek dat ik bij de
gesloten rolluiken van nummer 47 meende

dat ik daarachter een dichter, in langdurige
huid gehuld, spinnende poezen hoorde aaien.

Ook rook ik de inkt waarmee hij wel noteren
zou hoe elegant toch barricades kunnen zijn.





                Verschenen in Ballustrada,
                jaargang 36, nummer 3-4, Terneuzen, 2022

Dwaallust


wacht het zwarte schaap blatend voor het raam
dan weten we binnen dat ook zijn wol warm is dat
oude oorlogen doorklinken in lange refreinen dat
we moeten wennen aan talen van nieuwkomers


https://straatpoezie.nl/gedicht/poeziecarrousel-een-cadavre-exquis/


Voor het cadavre exquis Dwaallust, een poëziecarrousel
op het landgoed Enghuizen in Hummelo, 2022

Enghuizer tussentijd


Verbaas je je hier ook niet over geluid en zicht? Over
de vrijheid om te kunnen gaan en staan waar je wilt,
over de vrijheid om te kunnen gaan met al die ruimte
om je heen? Over de snelle omtrek van een wolk?
Over water dat soms schaamteloos rijmt met geklater?




                Verschenen in de catalogus bij de
                Enghuizer Dialogen XI, Doetinchem, 2022

Steeds op zoek


Als kind nam hij zich voor dat hij nooit
niet zou luisteren maar gaandeweg begon
van dat idee het decoderen. Later zou hij

huilen als hij tijd had, later. Maar eerst was
er dat schimmenspel, vol spiegelingen
van het kortstondige. Moest hij drinken

in een dorst naar onbenoemde resonantie,
aan schroom ten prooi steeds op zoek naar
van taai heimwee het soortelijk gewicht.

Verbloemend: sluwe belovers kon hij beter
niet vertrouwen. De kleuren van rozen, hulst
en buxus des te meer. En zijn eigen teugen.

Hij zette het in gedachten op afschrikwekkend
schreeuwen. Het vroor ineens, en hoog boven
zijn hoofd zwegen plots de cirkelende meeuwen.



                Verschenen in Verlaine in de handen van….,
                Uitgeverij Spleen, Amsterdam, 2021


Varianten zonder schroom


1. Nooit in het noorden


Nooit in het noorden staat bij ons de zon,
Ron. Wij mogen van haar schijn verdwijnen

registreren, het zwevend vallen. Wij mogen
dat. En camoufleren wat we ons meenden

te herinneren. Onder grauwe pijpenstelen
maar niet zonder naderend blauw, o nee.


2. In het reine

Zouden engelbewaarders littekens hebben?
Verdraagzaamheid met reliëf plakken we

in het album van herhaling, en op koesteren
geen datum. Zonder voorbedachten rade is

er opvliegende verlokking, maar in het reine
zijn wij met de sobere praal van geen verhaal.


3. Vliegers die niet opgaan

Heus niet een ieder lijkt omzeilen van liegen
gegeven. Sommigen verhalen over waarheid

zo vaak dat ze vergeten wat zij wil. Hunkeren
naar klaarheid vergt uitleg, een introductie

op tomeloos mijmeren. Op varianten zonder
schroom. Nergens is begenadiging in zicht.


4. Ontwerp voor melancholie

Eis legendes. Over de schemerrijke wijken
waarin vroegere thuizen traag terug naar ons

verlangen. Tot ontrafelen bereid zijn wij
met argwaan daarheen als slaapwandelaars

op weg door het vlechtwerk van de trouw.
Gauw polijsten wij gewillig vertraging.


5. Buiten schot

Met veelvormige hoop uit de voeten kunnen
grimmige verdragen. Lofzangen op hese vrede

zijn het, net zo buiten schot als tunnels waarin
niemand schoorvoetend woont. Lichtjes geduld

wordt schuld. Onderhandelaars lijkt het geen
probleem. Het spijt hen wel, maar niet genoeg.




                Met tekeningen van Ron Scherpenisse,
                Uitgeverij De Lucht In Hoeden,
                Antwerpen/Bergen op Zoom, 2021


Het afscheid van Marcus Aurelius


Hij had toen zijn laatste adem zich toevertrouwde
aan de enige god van de goden die hij wilde eren
een vergeten verblijding. Tot diep berouw bereid

ervoer hij nog net hoe dit zijn getrouwen besloeg
maar moest hij haast met zijn voorvaderen alleen
erkennen dat sterven meer dan louter doodgaan is.

Al toen ze nog dachten dat tijd geen wijzers had,
dwarrelde soms verwarring in hem. Thans zingen
cohorten langzaam kervend diepe rouw de kou

in en vervlokt hij onder hun stemmen op de baar.
Komt onverbiddelijk genade van verlossend vuur,
de tergend tedere samenval: leegte en vervulling.



                Samen met Albert Hagenaars geschreven tijdens de
                corona-quarantaine, in eigen beheer in een oplage
                van 40 genummerde en gesigneerde exemplaren
                verschenen in het voorjaar van 2021




Liefst onderbroken


Laat af. Laat deze reeds lang onderbroken krijg
onderbroken. Donder met je belegeringsplannen
op, verleid een ander en laat af. Zelfs in deeltijdse

vergiffenis heb ik geen trek. Houd op mij te doen
buigen voor tedere bevelen. Als gij toch een passend
hart zoekt om te ontvlammen zoek dat dan in ’t beton

zonder ramen dat verliefde brave borsten zijn. Overal
zullen zij uw strijdbanieren dragen totdat vertrouwen
ook hen ontvallen zal en zij als kinderen hun toekomst

zien in onbestaande kleuren. Hoe ze dit alles toch hebben
kunnen laten gebeuren begrijpen ze nog lang niet. En gij?
Gij denkt dat ge het scharnier zijt, maar ge zijt de deur.



                Verschenen in Horatius in de handen van….
                Uitgeverij Spleen, Amsterdam, 2020

Doorzicht


Aanschouw de vreemde bladzijden
die geschiedenis worden: Door de

voorsteden gonzen ondoorzichtige
talen, dozijnen. Over gehakkeld

begrip hoor je van twijfel de wind
vallen, gloort de absolutie van blijven.



                Verschenen in Slib 45-special Ballustrada
                Uitgeverij Liverse, Dordrecht, 2020



Protestgedicht, 1968


(gevonden in een oud schoolboek van een soixante-huitard)


Ga weg, op uw plaats wil ik zitten.
Va-t’en, gij daar in uw driedelig grijs.
De tijd is rijp voor nieuwe winden.

Wij willen grote auto’s, en een parking
voor onszelf. Want ruimte moet er zijn.
Recht hebben wij daarop, weet dat wel.

Het volk moet alles weten, iedereen toch
evenveel ongeveer. Af willen wij van geloven
in de Werkelijke Tegenwoordigheid, af!

En negers mogen dromen wat ze willen,
maar negers mogen zij niet meer heten.
Ouden-van-dagen bestaan niet meer

en vrouwen moeten kinderen wíllen.
Herenigen zullen wij hier families die
uit hun bergdorpen oma’s willen en net

zo ongeletterde bruiden. Opvoeden zullen
wij het volk vanachter megafoons en vanaf
uitklaphoezen, beschijnen met nieuw licht.

Ga weg, maak onze plaats snel vrij nu.
Wij pardonneren u uw desertie.
Wij vergeven jou jouw deesertsie.



                Verschenen op Fleurs du mal, Tilburg, oktober 2019

https://fleursdumal.nl/mag/index.php?s=Protestgedicht&x=0&y=0

Grondbegrip in Woudrichem


Het kletterde rond deze vesten tussen ketters, wat
zij zagen als bezetters, en vice versa. Onderin de dijk
trilt nog het haast vergeten ritme van rancune na. De

wal stut nu doelloos geschut. Door en over de mazen
en de walen van deze delta verschenen en verdwenen
vele woeste krijgers en hun wedervaren. Hoe ze met

wederkerig ongeloof vochten met onbekende namen,
drinkers van zure wijnen met ransels vol wantrouwen.
In hun hoofden spookten hese leugens over zilverlingen.




                Verschenen in Dichters op het zand,
                Uitgeverij Trajart, Chaam, oktober 2019


Wuppertaler vademecum

 

   
                                            Pina Bausch indachtig


Met me mee, ga maar met me mee. Bekijk
me als een boei uit een andere wereld, en
laat boetekleed en as voor wat ze zijn. Je

moet theater van verlossing nastreven, en
dagen van genade. Tot de orde: doe nu om
de beurt bewegend sneeuw naar moeders

op bergtochten smaken, naar koppig zwijgen
van voorstudies. Dans zonder schaamte, want
doelloos zweven in deze stad is hoogverraad.



                Verschenen op Brabant Cultureel
                's-Hertogenbosch, voorjaar 2019

Notities uit een lange droom


I: Onvervreemdbaar


We waterden vrijuit met de wind mee
in wat leek op het München van Corinth
maar de stad viel vastberaden uiteen tot

in de ijzertijd waar wrede getuigen elkaar
tijdens duistere offerandes snel betaalden
met regenboogschoteltjes. Het bliksemde.


II: Kleine kroniek

Iemand sprak mij zeer eerbiedig aan
met ziener, en zegde dat ik denkelijk
wel eenzaam wezen moest. Ik streek
mijn trouwe merrie door de manen
en glimlachte bemoedigend. Van de

nacht de wanen zijn mij immers niet
gans vreemd, gedrag van zachte vogels
wordt me door de maan verklaard. Dat
de kleine karekiet bijvoorbeeld nestelt
in moeras terwijl de tjiftjaf liever woont

in bossen. Geen zien noem ik dat, maar
weten. Hoe ze heten hoort erbij. Wat ik
ook nog zeggen wou is hoe ik hou van
de kale luister van bongerds in de herfst
en verder nog dat bloed geen kou kent.


III: Verklaringsmodel

Onder het stralende licht was het reeds
duidelijk: de ouden zongen als het hart
van de tijd. Als het hart van de tijd, ja.

Van de ondoorzichtige talen die gonsden
door de wouden doorgrondden zij snel
de erfwoorden, trouw als thee aan China.




                Op uitnodiging van Philippe Cailliau geschreven
                voor nummer 40 van De Vallei, Antwerpen, 2019



Nimmer schor is de maan


Zwier de korrels uit de aren, dorsers! Het bier en brood
van morgen moet jullie akkers uit. Op stille tenen verklaart
gelukkig de middag zich geduldig nader. Dat kreupelhout
onwillig is en de spar ontschorst. Dat regen op komst lijkt:

hoge wolken zijn gestreept als de borstveren van een havik.
De wijze weet dat de maan nimmer schor is en heeft een
naam die eigenlijk zachte dieren zouden moeten dragen.
Onderaan de dijk bloeit in pruilende klei de grote bevernel.



                Verschenen in de catalogus bij
                de Enghuizer Dialogen, Hummelo, 2019

Gouy

                                                     

                                                             Bij de Scheldebron


Schuw welhaast laat zich traag water
wellen tot niet veel meer dan beek.

Ze heeft geen weet nog van de haven
die zij op zal rekken in een ander land.

Grond die krimpt en zwelt is klei, dat
voelt ze naarmate het noorden nadert,

haar oevers verder van elkaar te liggen
komen. Hier echter is zij beleefd nog

stroompje dat gehuchten passeert waarin
lopers roesten in lang vergeten sloten.

Met zicht op haar eerste meander schiet
iemand in de regen zich door het hart.





                Verschenen in Ballustrada,
                jaargang 33, nummer 1-2, Terneuzen, 2019  

Selfie van Victor Vroomkoning, LXXX


Hoe toekomst onherroepelijk
verleden aanmaakt, hoe steeds
meer vroeger in ons woekert.

Hij volgt stroomopwaarts, denkt:

“O, dat ik ooit durf blijven liggen
bij het water van de maan.”

Hij blijft dingen voor het eerst zien
alsof ze al geen jaren bestonden,

vraagt zich nog steeds af hoe je zomer
wikt zonder winter in de rug.

Ouder worden doet hij niet,
het lijkt een open einde.



Aantekening:

Hoe toekomst [….] in ons woekert is een sample uit Erfgoed uit Klein Museum
Hij volgt stroomopwaarts is een sample uit I 4 uit De laatste dingen
O, dat ik ooit durf blijven liggen / bij het water.... is een sample uit I 7 uit De laatste dingen
Dingen voor het eerst zien alsof / ze al geen jaren bestonden. is een sample uit Analoog uit Oud zeer
Hoe wik je zomer / zonder winter in de rug? is een sample uit Slachtmaand uit Oud zeer
Ouder worden doet hij niet, / het lijkt een open einde. is een sample uit I 17 uit De laatste dingen


                Verschenen in Vloedlijn 80 - Liber Amicorum
                voor Victor Vroomkoning (redactie Wim van Til)
                Uitgeverij Vliedorp, Houwerzijl, 2018





Vreemd licht

 

   
                                        In het Antoine Wiertz Museum


Kun je je ergens thuis voelen aanleren,
zoals een tweede taal? Dat vraag ik me af
in deze merkwaardige woning waarin
doorlopend vreemd licht begint te vallen.

Het is hier ook nu vroeger. Als de tijd
waarin mensen nog geheimen vergaten
in verre, droevige landen met oude namen
die enkel de wind kan uitspreken. Verf

heeft aan afbeeldingen geen schuld. Wat
telt is milde doorschouwing, zwenking naar
klaarheid. Hier loop ik, tolkend in tegenzangen,
in de rommelkamer van veler herinneringen.



Verschenen in Meander Magazine, Alkmaar, 2018

https://meandermagazine.nl/2018/09/bert-bevers/


Mijn broertje vliegt



    
                                            Voor mijn broer Peter


Ik kijk hoe onze vader af probeert te
drukken als mijn broertje door de lucht
beweegt. Kun je denken dat je vliegt
wanneer je amper weet dat je bestaat?

Niet zo heel ver weg van ons wieken
kraanvogels over deze lente heen. Licht
lijkt wel rood en motor mama tolt onder je
maar rond en rond zodat de lens bijna niet

weet hoe scherp te stellen. Daar blijf je dan
hangen op het ogenblik dat jij dat verre later
lijkt te weten. Je kijkt. Ik sta erbij en kijk
ernaar. Hoe hoog mijn broertje zweeft,

hoe blauw zijn broekje is. Hoe jong we zijn
besef ik al en ook hoe verder we nog mogen.
Hoe we leven in kamers zonder wolken.
Hoe rekbaar als de tijd wij schijnen.




                Geschreven bij het schilderij dat mijn broer maakte.
                Verschenen in de Herinneringenspecial van het tijdschrift G. 
                (samenstelling Jacoline Vlaander), Antwerpen, 2018

Impromptu aan de Adige


Catullus kuierde hier begerig van aanschouwing
rond. Hij wist al lang dat in gedweeë betovering
amper rangorde bestaat. Dat pleinen ernstig zijn
en weemoed geen grenzen kent. Koel was en is

het onder de rivier. Nooit roerloos in haar eigen
weelde versleutelt ze doorlopend herinneringen
aan vreemde momenten die geschiedenis werden.
Dat ze in het Duitse volkslied de Etsch heet, dat

langs haar boorden Gigliola Cinquetti flaneerde,
Oscar Freire wereldkampioen wielrennen werd
in 1999 én 2004. Er zijn nabij de arena balkons
alom maar we laten dat ene maar voor wat het is.

Wanneer we de stad uit rijden en ik nog eens
de Torre dei Lamberti en de Portoni della Bra zie
brengt juist de radio Ramona, en zing ik
zachtjes Verona op die mooie oude melodie.




                Verschenen in de door Job Degenaar samengestelde
                bloemlezing stadsgedichten voor Laaglandse Poëzie
                in Ballustrada, jaargang 32, nummer 1-2, Terneuzen, 2018


Sint-Margriete


De akkers ogen strak geploegd als een reusachtige ribbroek.
Binnenshuis rusten talloze agenda’s, vol vergeten afspraken.

Niets kan zonder kennis, alles wel met liefde. Er zijn zo
van die ogenblikken dat hij zichzelf bezig ziet als in een film,

als hij in de keuken ajuin en prei te snijden staat bijvoorbeeld.
Of wanneer hij met betraande ogen door het dakraampje zijn lieve

witte kater ziet zitten. De laatste keer dat hij hem zag. Nooit
is hij weergekeerd. Nog steeds niet weet hij wat er van hem werd.

Hij hoort de egel die met haar jongen de bakjes van de poezen
leeg komt likken, heeft heimwee naar wat komen gaat.




                Verschenen in OverBuren, Terneuzen, 2018

Ergens langer


Achter een venster mensen aan tafel. Ze nippen
stil van warme drankjes en zien zich weerspiegeld
in een dampend theeëi. Een man aan wie het maal
gewijd lijkt tikt tegen een glas om iets te zeggen.

Vroeger woonden daar vreemden zoals er ook later
weer andere levens zullen zijn. Een poes komt kijken.
Ze wil iets duidelijk maken, maar wat ontschiet haar.
We smachten allemaal naar wat ons te wachten staat.

Verhuizen gaat net zo gemakkelijk of moeizaam
als je wilt. Tekens van grijnzend vroeger krammen
zich immers aan de wanden van geheugens vast.
Heimwee naar oud of verlangen naar nieuw

is steeds wel ergens eerder belichaamd, maar
ook elders kun je rustig de slaap op je ontbijt uit
laten druppen. Af en toe streelt een geur verleden
open, vallen huizen als te warme truien van je af.

Soms woon je ergens langer. Langer dan je dacht
dat je daar wonen zou. Tijd lijkt wel mee te werken
maar altijd behalve vroeger is het nu. Dat moet je
weten: nu, daar hoeft niet eens ’n uitroepteken achter

Al die komende verse tijden blijven nog in toekomst
gehuld maar je krijgt toch stilletjes aan eindelijk zicht
op het huis, Het Huis. Dat Huis waarvan je hoopt dat
je daarin later rustig slapend sterven zult.




                Met tekeningen van Ron Scherpenisse,
                uitgegeven door Bob Bakker, Bergen op Zoom, 2018

Zachtjes in mistige schemer


Het was zomer, misschien lente. Goed
kan ik me het me niet herinneren. Het
was zomer of lente, ik weet het gewoon
niet meer. Wachters liepen zachtjes in

mistige schemer, dat wel. Overdachten
de rare melodieën die vreemden hadden
geneuried bij het dragen van zilver, en
beurzen vol zand. Achter elke stam stak

wel een schimmenspel. Niet van harte
tastten ze in kaalte rond. Traag geurde
de nacht, terwijl schijnbaar niets gebeurde.
Niets? Wie wist wat er zat in de kistjes

waarvan de sleutel op de bodem van de beek





                Verschenen in de catalogus bij
                de Enghuizer Dialogen IX,
                Het Web, Doetinchem, 2018


Water rilt van rit....

Water rilt van rit. Aan de randen ervan
sterrenschot. Handen betasten bomen
met in hun basten letters om harten
gesneden. Bevraag de hemel later maar.




                Verschenen in de catalogus bij
                de Enghuizer Dialogen IX,
                Het Web, Doetinchem, 2018


Berkel


Kleine vogels met korte halzen zijn hier nog niet
helemaal uit zicht maar toch al tamelijk verdwenen.

Dit is een vreemde lome stroom die eerder beek
en amper te bewegen lijkt. Het is alsof hij voor

bosschages en velden om hem heen een grote wond
was, nu liever gaandeweg als litteken verzwegen.

Het is een trage, schone rivier die braaf haar water
fuutjes dragen laat. Uren duren bij haar echt uren.

Zomaar ernaar turen is de halve waarheid al.





Verschenen in het rivierennummer van Ballustrada,
Terneuzen, jaargang 31, nummer 3-4, 2018

Benedicta tu

 

   
                                Bij de Mariakapel in Moergestel


Hoe engelen door dromen roeien kunnen,
onwennig verrukking ontwaakt. Wie hier
binnenstapt weet dat hoogmoed geen

borstweringen kent. In deze weelde van
ordening sluimeren verzwegen geloftes
bij kaarsjeslicht. Benedicta tu in mulieribus.

Ik herinner me hoe mijn vader me voor het
slapen gaan zegende. Voor de bomen ben ik
blij dat het weer regende, en er achter ook.



                Verschenen in Moergestels gedicht -
                Poëtische kijk op een Brabants dorp

                (samenstelling Paul Spapens), uitgegeven
                door de Stichting WieKentKunst, Moergestel, 2017

Aan het klavier


Tijdens zoemende zomeravonden overvalt
haar aan het klavier soms de lichtvaardige
verachting van luie wetten die tot in verre
geslachten doelloos verlangen en verweesd

erbarmen zullen knechten. Liever heeft ze
de naklank van langwerpige gebeden die
in brave offerbereidheid hun weerspiegeling
weigeren. Een hekel heeft ze aan onbekende

medeplichtigen, aan rare geuren, aan gestamel
achter deuren. Waarom gaat hij weer weg? Kil
is het in huis, en in paspoorten stil. Consequent
weigert zij alle antwoorden die ze reeds kent.




                Verschenen in Als ik jou eenmaal verlies
                (samenstelling Kees Godefrooij),
                Uitgeverij Spleen, Amsterdam, 2017


Eeuwenhout (Een droom)


Is het valsheid in geschrifte wanneer ik
uit vannacht noteer dat waar de paarden
graasden het gras weerbarstig was?

Streelde daar bij Eeuwenhout hun manen,
kende niet hun namen maar ze roken naar
de weergalm van gebeden uit een oude tijd.

Vervolgens stak ik langs diens linkerzijde
traag een heel lang mes het hart in van een
stille, vreemde man. Amper zat er bloed

aan toen ik het terugtrok. Hoe merkwaardig.
Je zou denken dat het er van druipen zou.
Wat smaakte even later toch het bier me goed.




                Verschenen in het Droomnummer van
                Gierik & NVT, Antwerpen, 2017

Kruisiging in schermopdeling

                                


Mulier, ecce filius tuus … Ecce mater tua.


I

Dismas spreekt naar links. Gestas weigert nors
de bekoring van bekering. Willen die geschieden
gaan hem voorbij in de vaart van het duister. O,
ontraadseling: veel kleiner dan de lucht is huid.

II

Nog maar onlangs was Hij timmermanskind,
glimlachend jong. Nu vertrouwt Hij in Zijn
laatste strijd en nakend onweder de leerling
Zijn moeder, en haar hem toe. Maria’s wenen.

III

Nabij het Schedelveld verschieten hogepriesters
en tollenaren in hun gewaden vol verraad als het
bliksemt, de aarde trilt. Ze erkennen hun nederlaag
wel maar wensen er die naam niet aan te geven.



                Geschreven voor Kruiswoorden, een project van De Omsmeders
                en het Oost-Nederlands Kamerkoor, Doetinchem, 2017