Mulier, ecce filius tuus … Ecce mater tua.
I
Dismas spreekt naar links. Gestas weigert nors
de bekoring van bekering. Willen die geschieden
gaan hem voorbij in de vaart van het duister. O,
ontraadseling: veel kleiner dan de lucht is huid.
II
Nog maar onlangs was Hij timmermanskind,
glimlachend jong. Nu vertrouwt Hij in Zijn
laatste strijd en nakend onweder de leerling
Zijn moeder, en haar hem toe. Maria’s wenen.
III
Nabij het Schedelveld verschieten hogepriesters
en tollenaren in hun gewaden vol verraad als het
bliksemt, de aarde trilt. Ze erkennen hun nederlaag
wel maar wensen er die naam niet aan te geven.
Geschreven voor Kruiswoorden, een project van De Omsmeders
en het Oost-Nederlands Kamerkoor, Doetinchem, 2017
