In de poldergehuchten


    
                                    “What day is it?” asked Pooh.
                                        “It’s today,” squeaked Piglet.
                                        “Ah, my favorite day,” said Pooh.”


                                          A.A. Milne)



I

Elke dag is er de dag van vandaag. Ze weten
dat, en dat ik dit noteer. Hier heb ik jaren

vertoefd, als een Zeeuw tussen de Zeeuwen
om Hendrik Carette te parafraseren. Graag

bewoog ik mij er Hamelink indachtig traag
windwaarts en wortelher tussen de dijken.


II

Ik leerde er anders kijken, dat weinig woorden
lijken op water. En later dat in brieven van toen

oude toekomst wacht. Aan hun harde tongval
viel te wennen, aan het grimmige huichelen van

ouderlingen niet. Bongerds dragen geduldig jonge
appels. Die begrijpen het wel, glanzend en bol in hun vel.


III

Een boodschap naar de bliksem is ook hier
de lichtflits. Met ingetrokken halzen wacht

men zwijgend de donderslag af. Niet vaak nog
spreken ze over wraak, over de ongure goden

in wie ze liever niet geloven. De ronde doet het
verhaal. Dat. Ten westen van de meeuwen. Zo.


    Ballustrada, Terneuzen, november 2025