Een hert verstijft op schrikafstand. Het eerste
graag gebladerte valt net zo onverwacht als
in de tijd dat ge nog schuchter jong waart. Toen
de berken werden geveld klonken nog koren in
verdunde streektaal door ademvrije struiken.
Nu zwerft dwalend in zijn janken weer de wolf.
Verschenen in de catalogus bij de
Enghuizer Dialogen XII, Hummelo, april 2023
