Zachtjes in mistige schemer


Het was zomer, misschien lente. Goed
kan ik me het me niet herinneren. Het
was zomer of lente, ik weet het gewoon
niet meer. Wachters liepen zachtjes in

mistige schemer, dat wel. Overdachten
de rare melodieën die vreemden hadden
geneuried bij het dragen van zilver, en
beurzen vol zand. Achter elke stam stak

wel een schimmenspel. Niet van harte
tastten ze in kaalte rond. Traag geurde
de nacht, terwijl schijnbaar niets gebeurde.
Niets? Wie wist wat er zat in de kistjes

waarvan de sleutel op de bodem van de beek





                Verschenen in de catalogus bij
                de Enghuizer Dialogen IX,
                Het Web, Doetinchem, 2018