Eeuwenhout (Een droom)


Is het valsheid in geschrifte wanneer ik
uit vannacht noteer dat waar de paarden
graasden het gras weerbarstig was?

Streelde daar bij Eeuwenhout hun manen,
kende niet hun namen maar ze roken naar
de weergalm van gebeden uit een oude tijd.

Vervolgens stak ik langs diens linkerzijde
traag een heel lang mes het hart in van een
stille, vreemde man. Amper zat er bloed

aan toen ik het terugtrok. Hoe merkwaardig.
Je zou denken dat het er van druipen zou.
Wat smaakte even later toch het bier me goed.




                Verschenen in het Droomnummer van
                Gierik & NVT, Antwerpen, 2017

Kruisiging in schermopdeling

                                


Mulier, ecce filius tuus … Ecce mater tua.


I

Dismas spreekt naar links. Gestas weigert nors
de bekoring van bekering. Willen die geschieden
gaan hem voorbij in de vaart van het duister. O,
ontraadseling: veel kleiner dan de lucht is huid.

II

Nog maar onlangs was Hij timmermanskind,
glimlachend jong. Nu vertrouwt Hij in Zijn
laatste strijd en nakend onweder de leerling
Zijn moeder, en haar hem toe. Maria’s wenen.

III

Nabij het Schedelveld verschieten hogepriesters
en tollenaren in hun gewaden vol verraad als het
bliksemt, de aarde trilt. Ze erkennen hun nederlaag
wel maar wensen er die naam niet aan te geven.



                Geschreven voor Kruiswoorden, een project van De Omsmeders
                en het Oost-Nederlands Kamerkoor, Doetinchem, 2017

Naast bedoomde ruiten


Ah, brievenbussen: ze huiveren des ochtends
ongevuld maar weten dat sissend spek voor
naderend ontbijt nabij is. Dat stelt hen gerust.

Vol ongeduld kijken ze uit naar wat binnen
komen gaat, alsof dat voor het eerst is toegestaan.
Ze weten veel. Wat postbodes zoal neuriën.

Opvallend vaak Return to sender bijvoorbeeld.
Please Mister Postman en Send me a postcard.
Met nonchalance zien zij naast bedoomde ruiten

eens per jaar de belastingaanslag naderen. Kranten
vaker, een ansicht soms. Vooral reclame. Een
ouderwetsche brief ontregelt hen al omdat het zo

lang geleden was en zo. Fier blijven ze als kleine
ruimte. Beseffen: ook lege zaaltjes hebben hun
eigen taaltjes. En: aan een schrijven heeft de zegel

geen schuld. Er komt echter een tijd zonder hen.
Als álles digitaal gaat. Uit zullen ze sterven als
kolenkitten en telefoons met draad en draaischijven.

Maar nu nog grijnzen ze de bestellers, die naderen
over paden van donker baksteengruis en trappen
gehuifd door buksboomblaadjes, toe. Deze ontvangers

van verbroeide woorden in de berm van het bestaan,
van heilwensen en beminnelijke leugens. Klaarwakker
hun aftelspelletje, welgemeend met de kalender in vrede.




                met tekeningen van Ron Scherpenisse,
                uitgegeven door Bob Bakker, Bergen op Zoom, 2017



Ei


Binnen de schaal reeds vermetele
beelden van latere perspectieven.
Op de zware geur van uitkomen,
en de klok van het lange daarna.



https://straatpoezie.nl/gedicht/ei-2/

Selfie van Rogi Wieg


De tijd graaft mij in. Dit moet
een droombeeld zijn: Ik wandel
tussen rozen. Ik heb niet aan de dood
gedacht. Ik zie door glas hoe regen

neerdaalt. De avond hangt stil en ik
ben doorgelopen. Wij spreken niet
van doodgaan. Niets gaat verloren
in het ruisen, maar niemand wijst

de weg. Zo zal het einde zijn.
Wie weggaat komt ooit ergens aan.





De tijd graaft mij in. is een sample uit Dagen in Budapest (DIB) bladzijde 37
Dit moet een droombeeld zijn: is een sample uit DIB bladzijde 23
Ik wandel tussen rozen. en Ik heb niet aan de dood gedacht zijn samples uit DIB blz. 33
Ik zie door glas hoe regen neerdaalt. is een sample uit DIB bladzijde 42
De avond hing stil en ik ben doorgelopen. is een sample uit DIB bladzijde 35
Wij spreken niet van doodgaan. is een sample uit DIB bladzijde 24
Niets gaat verloren in het ruisen is een sample uit DIB bladzijde 25
Maar niemand wijst de weg. is een sample uit DIB bladzijde 26
Zo zal het einde zijn is een sample uit Gestalte
Wie weggaat komt ooit ergens aan. is een sample uit DIB bladzijde 29




                Verschenen in In de kring van menselijke warmte,
                Hommage aan Rogi Wieg (1962-2015)
                Uitgeverij In de Knipscheer, Haarlem, 2017


Buiten konvooi

Laat koel van hoofd en kalm van hart
de nacht de nacht. Er kraakt niets zacht.
Vreemde liederen schuren in oren,
spannen weemoed over afvaart.

Altijd op zoek naar wat verdwijnen
gaat ben je met oude woorden. Ze
weerspiegelen gewiste schaduw.
Bedaar de golven, stil de stem. Maak

voort, stuurman. En zwijg maar over
golving. Zet geen spie tussen de uren.
Doe de avond leunen op het kompas.
Boots: laat oorlammen aanrukken!





                Verschenen op Fleurs du mal, Tilburg, 2016

Alles uit elk jaar


Er vallen in een duister fonkelen gaten
in de dekking, en wij weten niet goed wat
te denken van de schuwheid van deze on-
omlijnde nabijheid die zonder permissie
gramschap naar macaber theater vertaalt.

Er is sprake van: woedende beloftes, gemaskerd
zwijgen ook, huurlingen van hardere woorden
en - vooral - het ontbreken van toverslag. Mensen
houden halt alsof hun naam werd geroepen. Ze
denken dat ze tijd niet meer in jaren maar in uren

mogen meten, herkennen het schrift van de tijd
niet, de stoorzenders. Uit een pand dat baadt in
lauw ivoorkleurig licht klinken uit de monden
van benoemden en verkozenen opgenomen
boodschappen die blijven hang….hang….hang….

Als we dit niet snel oplossen valt alles uit elk jaar.





                Verschenen in het Storende factor-nummer
                van Ballustrada, Terneuzen, 2016

Een sterke vrouw


Achter haar opgeslagen ogen
hagelblank geweten, potdichte
wensen. Ze kijkt langs een omweg.

De vraag:
“Waarom torst gij op uw ranke
schouder zo zwaar een spoel?”

Het antwoord:
“Omdat gij het niet doet.”

Zij weet dat vrijheid geen plek is
waar je zomaar heen kunt, en laat
het zwijgen groeien op de lippen.





                Bij een tekening van Patrik Rogiers, 
                op uitnodiging van Christina Guirlande
                verschenen in De Vallei, Antwerpen, 2016

Jaag zacht



Praat niet hardop in het woud.
Dat is voor niets goed. Immers:
de waarheid is als een schuw dier.
Mensen hebben er schrik van.





                Gerealiseerd voor het Jacht-project, onderdeel
                van de Enghuizer Dialogen, Hummelo, 2016

Ode aan de stedenbouwkundige


Flambouwen werden hier ooit aangestoken, wist hij,
rauwe kreten geslaakt. De grote geheimen ontstaan
als we alles menen te weten. Dat ook. Te onthouden:
nog zwart waren hier anker en arend, Sint Sebastiaen
stond hier eens. De stadskenner was een stadsscanner.

Denken aan vroeger is diefstal van de toekomst want
een stad vervelt als een slang, besefte hij donders goed.

Laat nou net dat proces nooit vervelen. Die beweging, dat
ontstaan van doorgangen. Het kijken naar wat kan, het
omzien in vertraging. Dat nieuwe namen nodig blijven.
In modern verleden staan wij hier, denken er het onze van.
Jij bekijkt het ouwe van bovenaf, peinst over het jouwe.





                Geschreven in opdracht van Stenen Strofen, aangebracht
                in de Frans de Looijpoort, Bergen op Zoom, 2015

Uit zowat de halve


Achter de gevangenneming en kruisdraging
hallucinant het landschap dat Joen in zijn
Bossche atelier, het puntje van de tong uit de
mond, van verbeelding transformeerde naar

eeuwenlang beklijvend beeld. Er brandt een
stad, daarvan daalt as op de grillige waanzin
der gedrochten. Houd vast dat beest met vel
dat oogt als kruimelvlaai, het walmend keelgat

waaruit woede uit zowat de halve hel




                Verschenen in Vroom, frivool, vilein –
                Poëtische vensters op Jheronimus Bosch,

                Uitgeverij Trajart, Chaam, 2015

Van bovenaf


In wijken wonen wij. Onder de loep zien ze
er op de plattegrond haast uit als watermerken
in oud en zwaar papier. Vol bezonken woekerende
geschiedenis, kaviaarzwart. Van bovenaf bekeken.


In straten wonen wij. Alles lijkt klein maar dat is
schijn: schuif van binnenuit maar eens een gordijn
opzij, een venster open. Alleen zo’n simpele daad
ontdoet de wereld reeds van de sluiers om het zijn.


In huizen wonen wij immers. Daal dus maar af.
Eigen omgeving in, om te zien of een buur je begroet.
Stap iets verder, kijk traag omhoog en wuif naar
daar waar je van een satelliet de lens vermoedt.




                Uitgegeven door Bob Bakker, Bergen op Zoom, 2015

Selfie van Gerrit Achterberg


Hoe zal nu in het huis de stilte zijn?
Val ik tezamen met uw lijn?
Mijn ledematen worden van ivoor.
Ik ben bij u gekomen, binnendoor.

Nooit was ik zo geheel en zo bijeen
terechtgekomen, ogen wijd uiteen.
Ontschorste bomen liggen aan de kant.
God heeft een buiten- en een binnenkant.




Hoe zal nu in het huis de stilte zijn? is een sample uit Distantie
Val ik tezamen met uw lijn? is een sample uit 13
Mijn ledematen worden van ivoor. is een sample uit Smaragd
Ik ben bij u gekomen, binnendoor. is een sample uit Oculair
Nooit was ik zo geheel en zo bijeen. is een sample uit Tracé
Terechtgekomen, ogen wijd uiteen is een sample uit Lucifer
Ontschorste bomen liggen aan de kant is een bijna-sample uit Station
God heeft een buiten- en een binnenkant. is een sample uit Reflexie



                Verschenen in Je tikt er tegen en het zingt, Uitgeverij Demer, Leusden, 2015

Selfie van Albert

                                        Bij Albert Hagenaars’ 60e verjaardag

Wij schoven mee. Op een ander veld,
neergelaten in de kalkputten van de lust.
Heimwee, in zwarte zwermen, snerpende aria’s.
In een voorstelling met te kort bereik.
Narcissen glansden als in kinderboeken.
Meer dan ooit helden toen de straten.
De stilte duurde geen droom te lang.
Nooit wordt iets werkelijk in kaart gebracht.
Het omgekeerde bleef maar gebeuren.
Het antwoord spande zich als een boog.
We stonden aan de rand van de verbeelding.
Ik was een jonge man en bevocht niets.
Toen ik buiten kwam was alles

Wijndomein De Planck


Vergeet de sigarettenpakjesgrote panorama’s
van enghartigen. Weet dat in de atlas Duinkerke
noordelijker ligt, en Dunkerque in het echt ook,
dan hier. Dat de tijd langs nabije grenzen glijden
blijft, met zicht op Gulp en Voerstreek. Vergeet

dovemansoren en rijd vanuit de perspectieven
van het hart rond, met woorden die elders iets
anders betekenen kunnen. Helder? Dichters zijn
als renners dwaalgasten. Ze zwichten niet voor
die tijd, maar weten: Op de flanken bloeien ranken

waarnaar reeds liters rennerszweet verdampten.



Aan 8 auteurs werd gevraagd een gedicht te schrijven die een link legt tussen wijn, fietsen en een lieflijk landschap, bestemd voor een nieuwe fietsroute vanuit Maastricht: de Tour de Velovino, een poëtisch rondje van 77 km (met 9 hellingen) langs de Zuid-Limburgse wijngaarden. De dichters die schreven over en voor de Tour de Velovino zijn Bert Bevers, Frans Budé, Patrick Cornillie, Emma Crebolder, Frits Criens, Paul Rigolle, Miel Vanstreels en Willie Verhegghe. Slenaken, 2015.

Selfie van Wim

                                        bij Wim van Tils 60ste verjaardag

Hier heeft een mens zich verpopt.
Het is weer om de tijd te doen.
Geen last weegt zwaarder dan de eigen huid.
Uit welk heden verplaatst zich dit later?
Dezelfde tijd, dezelfde plaats, dezelfde persoon.

Alsof ik de bladen terugsla, een boek
bijna uit heb nog voor ik begin.
Levenslang bestemd om te vergaan.
In een luttele handomdraai is het decor verplaatst.
Maar mijn tijd is niet hier waar ik ben.

Er moet nog heel wat leven.
De heterdaad van een geweest moment.
Wij hakken een toekomst in ons verleden
en kruipen er doorheen. Vooruit.

Ik huil, ik jank, ik wijk niet van mijn plaats.
Ik stap terug en ben vrij.
Wat verdwijnt weet ook terug te keren.
Geen dag vergaan zonder een spoor.



Bronvermelding:

Hier heeft een mens zich verpopt. – sample uit Cocon
Het is weer om de tijd te doen. – sample uit Geen ander gras
Geen last weegt zwaarder dan de eigen huid. – sample uit Ooit stokt. Ja ik!
Uit welk heden verplaatst zich dit later? – sample uit Even leek de zee
Dezelfde tijd, dezelfde plaats, dezelfde persoon. – sample uit Verplaatsingen 1
Alsof ik de bladen terugsla, een boek bijna uit heb nog voor ik begin. – sample uit Eerste brief
Levenslang bestemd om te vergaan. – sample uit Museum
In een luttele handomdraai is het decor verplaatst. – sample uit Impasse 3
Maar mijn tijd is niet hier waar ik ben. – sample uit Over het Noorden
Er moet nog heel wat leven – sample uit Duinen van Domburg 3
De heterdaad van een geweest moment. – sample uit Briltil
Wij hakken een toekomst in ons verleden en kruipen er doorheen. Vooruit. – sample uit Portretten 2
Ik huil, ik jank, ik wijk niet van mijn plaats. – sample uit Portretten 6
Ik stap terug en ben vrij. – sample uit Album 3
Wat verdwijnt weet ook terug te keren. – sample uit Binnenbrand
Geen dag vergaan zonder een spoor. – sample uit Geen dag teveel 3

Liedje uit Thudinië

  

 
                                        voor mijn Geertje


We gingen erheen om de sneeuw
die zou komen te zien maar al regen
was het onderweg. Ook fijn, maar

toch niet wat gedacht. Toen in Thuin
de trein halt hield was er dat moment
van verwondering: eén druk op de knop

en het sneeuwde toen we buiten stapten.
Voor ons. We maakten het mee. Het gebeurde.
Wees mijn bries. Blijf mijn lief, alsjeblieft.



                Verschenen op Fleurs du mal, Tilburg, april 2015

Teles kijkt teleurgesteld, maar bewonderend, toe


Ach, hoe zij toe moet zien hoe langs de grote hoop
rottende lijken, de huid aan het lijf nog verdrogend,
alle hens met de riemen beuken op de zee, op die
grauwwitschuimende zee. Ervandoor, ziet ze. Wég….


https://www.youtube.com/watch?v=hJGFItsQjRs



                Onderdeel van het project Sirenenlaan, Varsseveld, december 2014

Grondplan


Er waren hiervoor mannen met plooimeters
in de weer. Ze roken naar amandelhout, en
wisten niet waarom. Schichtig nonchalant,
uiterst accuraat. Af en toe zeiden ze dingen

alsof ze die zelf bedacht hadden, in hun hand
een praktisch apparaat. Maar meestal klusten
ze dat het een lieve lust was, in die eigenlijk
toch huiveringwekkende stilte van het bouwen.

Van huis uit beseften ze wel dat waar je ook gaat,
je altijd jezelf meepakt. Dus wie dan in die nieuwe
omgeving om de hoek van de keuken na geduldig
werk wachtend voedsel bekijkt mag nooit het plan

vergeten. Waarop alles rust. Dat niets zomaar staat.
Het ontwerp dat kilte weren wil, sta er bij stil dat het
er was. Dat grondplan waaruit blijkt dat het lijkt alsof
regen buiten iedereen voor immer een raadsel blijven zal.


                Met tekeningen van Ron Scherpenisse,
                verschenen bij Bob Bakker, Bergen op Zoom, 2014


In volle werking


Die man daar, in volle werking, heeft nooit
iets anders geleerd dan te doen wat hij doet.
Wat hij moet. Dat zag hij goed, de bekijker.

Reeds jong vermoedde hij het: groot genoeg
is nooit je jeugd. De scheppingsdrift? Check.
De hitte van jong bloed? Check. Van wijken

geen weet. Hij wilde weg van louter wit en
zwart. Wenste naar de vervaarlijke geheimen
van zanglijstereiblauw en zonnebloemgeel.

Naar het ruw idioom van vergeten sermoenen.
Hij wist het vroeg reeds, en hij leefde ernaar:
het heeft geen zin om in dode akkers te spitten.




                Verschenen in Omtrent Vincent, Uitgeverij Trajart, Chaam, april 2015

Kijk maar door me heen


Zie maar dat ik echt ben. Dat ik niet schuil
voor antwoorden die altijd ergens vandaan
kunnen komen, midscheeps. Dat ik niet bang
ben om het zwaaigat te verlaten. Omdat ik

weet dat over water vele verhalen de ronde
doen. Over hoe het was toen schepen nog pal
in het midden voeren, er werd gefluisterd
dat er vogels vlogen naar daar waar licht

ontstoken werd met andere vlammen. Kijk
hoe ik hier eigenlijk stilletjes wil huilen, maar
me ferm houd aan de reling en peins over oude

tijden waarin brave mensen oprecht wuifden
naar mannen omdat die kleren van bevrijders
droegen. Zie gewoon maar door me heen.




Verschenen in de bloemlezing Watermerk, ZKC, Middelburg, 2014

Selfie van Rudy Witse



de tijd was wijd nog.
wij nemen tekens over.

de sagen in hun bijtend halster.

geschiedenis kent geen einde
op straffe van ontgoocheling,
passagier naar nergens.

en niemand geeft een antwoord.

je hoort het, maar je ziet het niet.



Aantekening:

de tijd was wijd nog is een citaat uit duo-gedichten (2012)
wij nemen tekens over is een citaat uit raming (1966)
de sagen in hun bijtend halster is een citaat uit raming (1966)
geschiedenis kent geen einde is een citaat uit mijn plekken (2009)
op straffe van ontgoocheling is een citaat uit afscheid (2003)
passagier naar nergens is een citaat uit chinoiserieën (1990)
en niemand geeft een antwoord is een citaat uit père lachaise-schoonselhof (2005)
je hoort het, maar je ziet het niet is een citaat uit een heidens requiem (2011)


              Voor het Liber amicorum t.g.v. Rudy Witse’s 70ste verjaardag, Antwerpen, 16 Oogst 2014

De vergeten winter

  

 
                            Frank Pollet opgedragen, maart 2014


Bekeken door de zeef van geduld heeft tijd
hier geen heft. Zie beenbreek en ogentroost:
de lente gaat droog als naaldhout open.
Alsof ineens de zon zijn gedachten bezingt.

Regen laat zich lastig wegen, kent geen spijt
omdat men treurt om een verloren oogst.
Wijsjes met een vederlicht vibrato lopen
hoog op. Ze lijken wel bergdauw. Er klinkt

bezoeming als door hommels in het hoofd,
de dag tot aan de ogen diep in de lauwe inkt.




                Verschenen op Fleurs du mal, Tilburg, 12 april 2014

Grandes manoeuvres


Hij aarzelt bij nog immer onbeschreven routes,
verzegelde strategieën. Maar talmend de afloop
radend van onaffe verhalen weet hij feilloos de
littekens, de adem in bedwang. Nooit vergeefs

rijst deeg. Daarvan is hij zeker. Echter niet van
de luie vijanden van beloften. Want het horen
van het slijpen van de messen is zo zeldzaam
als een paus. Ze zijn nabijer dan hij denkt.




                Verschenen op Tzum, Groningen, 16 februari 2014

Vergeelde brieven met een lintje erom


In verkleurde inkt de verdwenen stemmen
van broeders die nooit paters zouden worden.
Over geplooide superplies in zwijgende kasten,
en opwolkende wierook. De zinnen ademen

schuchter voor de sluier van hun namen, als
fluisteringen uit het hart. Ze dansten ooit
de horlepijp, maar de melodie daarvan zonk
traag weg uit hun oren als een steen in veen.



                Verschenen op Versindaba, Stellenbosch, 14 februari 2014

Deze hiërarchie van zichtbaarheid....



Deze hiërarchie van zichtbaarheid
doemt als een spiegel op uit diepte.
Geen tijd voor afleidingsmanoeuvres:
wie haar kennen moet kent haar.



                Verschenen in catalogus Water bij het
                poëzieproject in Millingen aan de Rijn, 2014


Steevast....


Steevast werden hier des avonds valkkleurig
lichten gedoofd. Goden bleven verzwegen,
en achter dwaalsporen geurden warme broden.
Morgen waait de wind weer uit het oosten.



                Verschenen in de catalogus van de Enghuizen Dialogen, Hummelo, 2014

Bachten de Kupe


Je kunt wel putten in de aarde vloeken
omdat gebeden schaars zijn en schuren
als zand, maar beter is het trots te zijn
omdat je ergens gebleven bent. Waar je

dolend wakker kunt worden uit gemelijk
genot, geschaakte dromen, verzakende
grenzen. Waar je een vogel van vele lentes
herkent als jezelf. Toen ik ontwaakte wist

ik loepzuiver weer hoe gisteren voor me
een meisje huppelend riep: “Een olm is
een iep! Een olm is een iep! Een olm is
een iep!” Het is hier niet druk, maar kijk:

hier loopt niet ieder in zijn eigen ochtend.


                Verschenen in Ballustrada, Terneuzen, jaargang 27, nummer 1-2, 2014

Haarscherp



O ja, Nel is zichzelf terug gaan zien. Een dikke
halve eeuw overleefde ze haar lieve Rik. Maar
ze ís zichzelf als Grande Dame als Dwaze Maagd
terug gaan zien. Met haar linkerhand raakte ze

haar eigen jonge rechterbil van brons lichtjes
grijnzend aan, eerder onbeholpen blikkend in
een andere lens. Wat zagen ze elkaar graag
in zot geweld. O, wat was ze destijds nog strak

toch. Toen hij haar zo vereeuwigde klonken er
lichte liederen waarin bloed zong. Aan hun lippen
kleefden jonge woorden. Dauwzoet als regen
rustte trouw in hun hart. Hij droeg de dood

reeds in zich, maar die dag rook alles naar vers
brood alom. Dat wist ze nog goed. Haarscherp.


                Verschenen in Dichter bij Beeld, samenstelling Richard Foqué,
                uitgegeven door het Middelheimmuseum, Wilrijk, 2014


Verdwijnpunt


    
                                The past is a different country:
                                    They do things differently there.


                                                (L.P. Hartley)

Zij die deze kasseien en sporen legden
gaven hun lijven al lang geleden terug.
Maar eerder, eerder zegden zij dat ze
geloofden. Zegden zij dat ze wel wisten

hoe alles zat. Hun onherinnerde dromen
wemelden van de oorlog die nog moest
komen, duister als de kleur die de rivier
’s avonds heeft. Er zweemt een heimwee

over deze stenen, maar het is niet klaar
waarnaar. Moet er eigenlijk niet een dun
lijntje om alles heen? Met richtingwijzers?
Toekomst heeft de kraag ruig omhoog.


                Bloemlezing Schaduw, samenstelling
                Frank De Vos, Hoboken, 2014

Bollekes & Zoetekes

        

                                                Henri-Floris Jespers opgedragen, 2013


Er zijn van die dagen dat je tot zowat op borsthoogte
door de modder lijkt te waden. Dat je geen blijf weet
met die voor vreemden rare smart om het afscheid
van Bollekes & Zoetekes. Van die kleine zachte tijgers

waaraan je zoveel jaren echt ware huisgenoten had.
Zwijgers zijn wij in dezen naar de buitenwacht maar.
Zwaar moet het leven wezen voor degenen die dat niet
begrijpen kunnen, licht is voor ons de herinnering.


                Verschenen op de Mededelingen van het Centrum
                voor Documentatie & Reëvaluatie
, Antwerpen, dinsdag 31 december 2013

Een halve eeuw later

Een halve eeuw later,
toen ik bijna twaalf was,
dacht mijn vader aan 1916.
Zijn geboortejaar, waarin

het rustig was in Vlissingen
maar aan de toch niet zo
verre Somme de Slag woedde.
Met loopgraven vol lijken,

waarvan de ratten eerst de ogen
(die zijn het sappigst)
verorberden.

En dan de lippen.



                Kettinggedichtproject, samenstelling
                Joz De Decker, Elingen, december 2013

Belijdenis


Je moet niets verbranden. Zelfs geen mieren
als je denkt dat die een oprukkend leger zijn.
Dat heb ik wel gebiecht ja, dat heb ik toen wel
gebiecht. Ego te absolvo a peccatis tuis in nomine
Patris et Filii et Spiritus Sancti. Amen.
Amen.

Ach, die 10 Ave Maria’s en 5 Paternosters
waarmee ik mijn zieltje destijds schoon waste.
Het blonk daarna weer als een ansjovisbuikje.
Nooit echt heb ik me onderworpen aan de sluier
van de dwang. Onrustige biechtelingen waren

er genoeg hoor, bang mokkend in hun eigen
schaduw. Vierduizend mijl dik waren voor hen
de muren van de hel. Zij leerden de beschroomde
tere tinten van berouw nooit kennen. Bleven
verhard in wrede gedachten, grauw als gummi.



                Verschenen in Digther, Wingene, november 2013

Bankvast


Doe maar. Doe maar gewoon of dit hier thuis
is. Daar zit je dan. Daar ben je. Daar schrijf je.
Van daar kijk je. Weet je dat je van een poes
geen voetstappen hoort, van een vis geen adem.

Daar vraag je je af of er groene rozen zijn, ergens.
Weet je zwijgend naast je een vergeelde oude foto
waarop je erg blij bent met een blikken trommel,
onder bewasemde gebeden in rechtschapen wil.

Daar is heel die kamer voor je, met daarin het
uitzicht op gras op graven van aflijvige vrienden,
op porfieren wanden, op seizoenen vol heuvels.
Op rondes vol renners, met een pintje nabij. Op

parmantige herinneringen aan hoe frambozenrood
en narcissengeel je oudste speelgoed wel niet was.
Onzichtbaar ben je daar. Als een uil in een woud,
als een lezende mens in de hoek van een bank.



                Bankvast, met tekeningen van Ron Scherpenisse
                uitgegeven door Bob Bakker, Bergen op Zoom, december 2013