toen ik bijna twaalf was,
dacht mijn vader aan 1916.
Zijn geboortejaar, waarin
het rustig was in Vlissingen
maar aan de toch niet zo
verre Somme de Slag woedde.
Met loopgraven vol lijken,
waarvan de ratten eerst de ogen
(die zijn het sappigst)
verorberden.
En dan de lippen.
Kettinggedichtproject, samenstelling
Joz De Decker, Elingen, december 2013